Journal

Wat is SWOLF bij zwemmen? Score, formule en grenzen

SWOLF telt je tijd voor één baan op bij je aantal slagen. Zo bereken je het, wat een goede score is en waarom het trager zwemmen kan belonen.

Ook beschikbaar in English · Svenska · Deutsch · Español · Français · Italiano · Norsk · Dansk · Suomi · Magyar

Een telefoon aan het eind van een leeg wedstrijdbad, waarop Swim Analyzer vraagt of je een hele race of een start wilt analyseren

SWOLF is een efficiëntiescore voor zwemmen: de tijd in seconden die je over één baan doet, plus het aantal slagen op die baan. Een zwemmer die 25 meter zwemt in 18 seconden met 12 slagen, heeft een SWOLF van 30. Lager is beter, en de meeste zwemhorloges tonen de score na elke baan. Het getal wordt pas bruikbaar als je weet wat het beloont, en dat is net iets anders dan snel zwemmen.

Hoe bereken je SWOLF?

Je berekent SWOLF door de seconden voor één baan op te tellen bij het aantal slagen op die baan. De naam combineert swim en golf, want net als bij golf geldt: hoe lager de score, hoe beter.

SWOLF = tijd voor één baan (s) + slagen op die baan

Diagram van één baan van 25 m, gezwommen in 18 seconden met 12 slagcycli, opgeteld tot een SWOLF-score van 30
SWOLF is de tijd van de baan in seconden plus het aantal slagen. Lager is beter.

Twee details bepalen of je score te vergelijken is met die van iemand anders:

  • Wat telt als een slag. Garmin-horloges tellen één slag telkens wanneer de arm met het horloge een cyclus afmaakt, dus een baan borstcrawl met 24 handinzetten staat er als 12 slagen. Een trainer die op de kant handinzetten telt, komt op 24, en op een SWOLF die voor dezelfde baan 12 punten hoger ligt. Tel cycli, zoals de uitleg over slaglengte berekenen beschrijft, en noteer de telwijze naast het getal.
  • Badlengte. Een SWOLF uit een 50 m-bad beslaat de dubbele afstand en komt ongeveer uit op het dubbele van de 25 m-waarde. Halveer hem om te vergelijken en verwacht toch een verschil, want een 50 m-bad heeft half zoveel afzetten.

Wat is een goede SWOLF-score?

Een goede SWOLF is er een die lager ligt dan je eigen vorige score bij hetzelfde tempo. Tussen zwemmers onderling zegt het getal weinig, want een lange zwemmer heeft minder slagen nodig en een krachtige afzet verkort op elke baan het stuk dat je echt zwemt. Als ruwe richtlijn voor borstcrawl in een 25 m-bad, met slagen geteld als cycli:

ZwemmerTypische tijd 25 mSlagen (cycli)SWOLF
Beginner35–45 s18–2455–70
Recreatieve zwemmer26–34 s14–1840–52
Getrainde clubzwemmer, aeroob tempo20–23 s10–1330–36
Zwemmer op nationaal niveau, aeroob tempo16–18 s8–1024–28

Zie de bereiken als een ordegrootte. Ze volgen uit gangbare tempo's en slagaantallen, niet uit een gepubliceerde dataset, en een individuele zwemmer kan er om goede redenen buiten vallen.

SWOLF telt een seconde als een slag

SWOLF telt seconden en slagen op alsof ze evenveel waard zijn, en die wisselkoers is willekeurig. Maak je één slag meer, dan moet je een volle seconde sneller zijn om dezelfde score te houden, en over 25 meter is een seconde heel veel snelheid.

Hier zijn twee banen met dezelfde SWOLF van 32:

  • Baan A: 20 seconden en 12 slagen.
  • Baan B: 17 seconden en 15 slagen.

Baan B kost 15 procent minder tijd. Volgehouden over 100 meter is dat een tempo van 1:08 tegenover 1:20, en de score kan die twee niet uit elkaar houden.

Twee banen met dezelfde SWOLF van 32: 20 seconden met 12 slagen, en 17 seconden met 15 slagen
Dezelfde score, maar baan B is drie seconden sneller.

De valkuil volgt hier direct uit. Een zwemmer die op een lagere SWOLF jaagt, kan daar komen door te glijden: minder slagen, een iets langzamere baan en een gelijke of betere score. Het is dezelfde fout als het aantal slagen trainen als doel op zich. De oplossing is SWOLF alleen te vergelijken bij een vast tempo.

Waarom de laagste SWOLF niet je snelste zwemmen is

Zet de SWOLF van één zwemmer uit over een reeks snelheden en je krijgt een ondiepe U. Bij rustig tempo bepalen de seconden de score, bij volle snelheid de extra slagen. Het dal van de U ligt meestal bij een comfortabel aeroob tempo, ruim onder wedstrijdtempo.

Tijd per 25 mSlagen (cycli)SWOLF
22,0 s1133,0
20,0 s11,531,5
18,5 s12,531,0
17,5 s1431,5
16,8 s1632,8
Grafiek van de SWOLF van één zwemmer bij vijf tempo's van 22,0 tot 16,8 seconden per 25 m, het laagst met 31,0 bij 18,5 seconden en oplopend tot 32,8 bij het snelste tempo
SWOLF bereikt het laagste punt bij een aeroob tempo. Zwem je sneller, dan duwen de extra slagen hem weer omhoog.

Die vorm is de reden dat SWOLF werkt als techniekgetal bij één vast tempo, niet als prestatiegetal. De zwemmer hierboven moet een 50 m niet op 18,5 seconden per baan zwemmen alleen omdat zijn SWOLF daar het laagst is.

Zo gebruik je SWOLF goed

Gebruik SWOLF zoals je de hartslag gebruikt bij een vast tempo: houd de snelheid constant en kijk naar de score.

  1. Kies een testserie en herhaal die. Bijvoorbeeld 8 × 50 borstcrawl op een vertrektijd die ongeveer 15 seconden rust laat, met dezelfde tijd bij elke herhaling. Noteer de SWOLF van de tweede baan van elke 50, na een afzet in plaats van een startsprong.
  2. Houd het tempo vast, niet de score. Schuift de tijd op, dan is de SWOLF niet te vergelijken met die van vorige maand. Zwem op de tempoklok en laat de slagen zijn wat ze zijn.
  3. Vergelijk jezelf met jezelf, in hetzelfde bad. Dezelfde badlengte, dezelfde manier van slagen tellen en dezelfde serie elke vier tot zes weken.
  4. Lees de twee delen apart. Een lagere SWOLF door minder slagen bij dezelfde tijd is een langere slag. Een lagere SWOLF door een snellere tijd bij hetzelfde aantal slagen is meer snelheid. Dat zijn verschillende verbeteringen, en ze vragen om verschillende series.

Voor een trainer met een hele groep hoort de test in de seizoensplanning, zodat hij volgens schema terugkomt en niet pas als iemand eraan denkt. In een seizoensplan in Swim Suite is een testserie een training als elke andere, en de resultaten staan naast de training die ze heeft opgeleverd.

SWOLF versus slaglengte en slagfrequentie

SWOLF vat twee metingen samen in één getal, en juist die twee heeft een trainer nodig. De snelheid over een baan is slaglengte maal slagfrequentie. Een SWOLF van 30 kan een lange, trage slag zijn of een korte, snelle, en die vragen om tegengestelde correcties.

Slaglengte en slagfrequentie houden ze uit elkaar. Gemeten over het zuivere zwemgedeelte, zonder de afzet, laten ze zien welke helft van de snelheid is veranderd. De slaglengtecalculator berekent beide uit een afstand, een tijd en een aantal slagen. Swim Analyzer meet ze uit telefoonvideo en herkent de afzet en het opduiken in plaats van ze te schatten, iets wat een horloge om je pols niet kan zien. Swim Analyzer Pro zit in elk abonnement van Swim Suite; zie abonnementen en prijzen.

SWOLF verdient nog steeds zijn plek als snelle, gratis en herhaalbare check van je eigen zwemmen, die je horloge op elke baan vastlegt. Laat hem alleen niet het tempo bepalen.

Is een lagere SWOLF altijd beter?

Alleen bij dezelfde snelheid. Een lagere SWOLF door minder slagen bij dezelfde tijd is een verbetering; een lagere SWOLF doordat je glijdt op een langzamer tempo is dat niet.

Telt de afzet mee in SWOLF?

Ja. Een horloge meet de hele baan van muur tot muur, dus een langere afzet en onderwaterfase verlagen de SWOLF zonder dat de slag verandert. Vergelijk alleen banen die met dezelfde afzet zijn gezwommen.

Hoe vergelijk je SWOLF in een 25 m- en een 50 m-bad?

Halveer de waarde uit het 50 m-bad voor een ruwe vergelijking, en verwacht dat die iets slechter uitvalt dan de 25 m-score, omdat een 50 m-bad per 100 meter half zoveel afzetten heeft.

Verder lezen